Risicozinnen  
       

Op basis van de resultaten van de toxicologische studies wordt de etikettering van het product opgesteld, zoals in de erkenningsakte zal worden vastgelegd, en op het etiket moet worden overgenomen. Het betreft een aantal typezinnen en -symbolen. S-zinnen zijn veiligheidsaanbevelingen, en R-zinnen zijn gevaarzinnen.

Hierbij wordt ook rekening gehouden met de etikettering zoals die wordt opgelegd door het KB van 11/01/93 tot regeling van de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke preparaten met het oog op het op de markt brengen of het gebruik ervan.

In het algemeen worden steeds de volgende zinnen opgelegd voor alle producten:
    S2: buiten bereik van kinderen bewaren
    S13: verwijderd houden van eet- en drinkwaren en van diervoeder
    S20/21: niet eten, drinken of roken tijdens gebruik.
Afhankelijk van de gevaarcategorie waarin het product werd ingedeeld zijn ook andere zinnen verplicht.

Op basis van de ecotoxicologische eigenschappen van een werkzame stof of de formulering zelf (gekende eigenschappen of indien informatie wordt geleverd) worden ook een aantal R-zinnen aan de etikettering toegevoegd die een indicatie geven over het gevaar voor het milieu. Op dit moment zijn enkel normen uitgewerkt voor het opleggen van de gevaarzinnen voor waterorganismen. De criteria die hierbij worden gehanteerd, zijn opgenomen in onderstaande tabel.

Normen voor het toekennen van gevaarzinnen betreffende waterorganismen.

Criterium Gevaarzin

LC50 96 u (vis) <= 1 mg/l R50
of : EC50 48 u (watervlo) <= 1 mg/l  
of : LC50 72 u (alg) <= 1 mg/l  

1 mg/l < LC50 96 u (vis) <= 10 mg/l R51
of : 1 mg/l < LC50 72 u (alg) <= 10 mg/l  
of : 1 mg/l < LC50 72 u (alg) <= 10 mg/l  

10 mg/l < LC50 96 u (vis) <= 100 mg/l R52
of : 10 mg/l < LC50 72 u (alg) <= 100 mg/l  
of : 10 mg/l < LC50 72 u (alg) <= 100 mg/l  


De zin R53 wordt toegevoegd
  • aan de zin R52 indien de stof niet gemakkelijk afgebroken wordt, en
  • aan de zinnen R50 of R51 indien de stof niet gemakkelijk afgebroken wordt of indien de log P0/w> 3,0 (behalve indien de BCF < 100).
    De zin R59 wordt gebruikt voor stoffen die ervan verdacht worden bij te dragen tot het afbreken van de ozonlaag (bv. methylbromide).

    Producten die gevaar inhouden voor bijen krijgen de volgende waarschuwingszin opgelegd: 'Giftig voor bijen; niet toepassen tijdens de bloei, inbegrepen deze der onkruiden'. Voor pyrethroïden werd dit uitgewerkt op basis van de gekende giftigheid:

    1.Producten die niet giftig zijn voor bijen (fluvalinaat) of waarvan aangetoond is dat ze onder praktijkomstandigheden geen effect hebben op bijen (alfa-cypermethrin): geen vermelding

    2.Producten die giftig zijn voor bijen : cypermethrin, permethrin, cyfluthrin, fenpropathrin, flucythrinaat : 'Giftig voor bijen; niet toepassen tijdens de bloei, inbegrepen deze der onkruiden'.

    3.Producten met repellentwerking : esfenvaleraat, zeta-cypermethrin, bifenthrin, deltamethrin, lambda-cyhalothrin : 'Weinig giftig voor bijen, niet toepassen op het ogenblik dat de bijen actief zijn'.

    Voor een volledige (tweetalige) vermelding van alle bestaande R- en S-zinnen wordt verwezen naar het koninklijk besluit van 28 februari 1994 betreffende het bewaren, het op de markt brengen en het gebruiken van bestrijdingsmiddelen voor landbouwkundig gebruik (B.S. 11-05-94).